't Is maar een Gedacht

Een gedacht over alles (maar vooral over politiek).

  • Het kan wél.

    Op het moment van schrijven is het nog drie nachtjes slapen tot de Tweede Kamer-verkiezingen in Nederland. Het land van onze Noorderburen staat bekend om zijn bitsige campagnes en volatiele kiespubliek. Een partij, belichaamd door een man, lijkt boven dit alles uit te stijgen: D66 met lijsttrekker Rob Jetten.

    Het partijlandschap in Nederland is, naar aloude gewoonte, ronduit chaotisch. PVV en VVD boeten na een stuntelig kabinet dat niet één, maar twee keer viel in op geloofwaardigheid. Hun ex-regeringspartners BBB en NSC peilen momenteel op respectievelijk vier en nul zetels. Dit alles ten koste van het CDA van Henri Bontenbal, die als gedoodverfde premierskandidaat in een campagne kwam die nét iets te lang lijkt te duren. Op links zien we dat Timmermans van GroenLinks-PvdA zijn polariserende zelve blijft: wie voor is, is echt voor, maar wie tegen is verandert ook niet van idee.

    Dat is het spelbord waarop ook Rob Jetten van het links-liberale D66 terecht kwam. Sinds de start van de campagne lijkt alles hem de wind in de zeilen te geven: van een debat waar hij enkel mocht aantreden door het afzeggen van Geert Wilders, tot een slipper van CDA’s Bontenbal die enkele kiezers richting D66 stuwde. Hoe maakt hij daar allemaal zo effectief gebruik van, hoor ik u denken? Typerend voor zijn aanpak is de verkiezingsslogan van zijn partij: het kan wél.

    Wie het recent gepubliceerde “Abundance” van Ezra Klein en Derek Thompson al eens doornam (een grote aanrader, trouwens), zal meteen paralellen kunnen trekken met het verkiezingsprogramma van de links-liberalen. We rukken ons los van alle regeltjes en durven weer ambitieus te zijn. Woningproblemen? We bouwen tien nieuwe steden. Ons onderwijs hinkt achterop? We gaan massaal investeren. Het kan wél, in tegenstelling tot wat de anderen zeggen.

    Niet alleen de ambitie van die slogan heeft een weerklank in de campagne, maar ook het positivisme. Jetten laat zich amper meesleuren in de negatieve tendensen van de reguliere Nederlandse campagnes. Geen gescheld, geen verwensingen, en zeker ook geen te sterke voorkeuren voor de formatie straks. Ik praat met iedereen, en heb geen breekpunten. Wie negatief is leest “als ik er maar bij ben”, maar wie meegaat in de positieve stroom van Jetten ziet: met deze man kan je praten.

    Wanneer Jetten toch in het vizier komt, zoals wanneer via sociale media de relatie met zijn man een hot topic wordt, laat hij zich niet meesleuren. Vraagt er een journalist toch naar, dan heeft hij er niets van gezien. Het is duidelijk: Jetten gooit niet met modder, en ontwijkt de kluiten die hem om de oren vliegen met verve.

    Het werkt. Dat zien we in de peilingen. In Nederland hebben ze er een handje van weg om die aan sneltempo af te nemen en af te vuren. D66 stijgt stabiel sinds de start van de campagne, en maakt als een van de weinigen nog echt snelheid in de laatste dagen van de campagne. Gelooft u niet in peilingen? Ik kan je enkel maar gelijk geven. Een andere waardemeter die de huidige realiteit weergeeft is het aantal Google searches die partijen krijgen. FvD, BBB, PVV,… allemaal waren zij de koploper net voor de verkiezingen waar ze als winnaar uit de bus kwamen. Wie staat daar nu aan de leiding? U raadt het al: de winning smile van Rob Jetten.

    Een goed teken, maar de laatste dagen van de campagne worden cruciaal. Hij zou namelijk niet de eerste zijn die in de laatste meters nog struikelt. Denkt u maar aan Omtzigt van NSC, in 2023. Mijn gok voor een grote winnaar mocht dat gebeuren? Ondanks de imagoschade die VVD leed, kan je enkel zeggen dat Dilan Yeşilgöz momenteel een fantastische campagne rijdt. Ze zet zichzelf in de markt als enige alternatief voor een kabinet-Timmermans, en weet door zijn omstreden figuur zo de kiezers weer terug te winnen. Dat ze daarbij in kan hakken op een opvallend zwakke en makke Geert Wilders, is enkel mooi meegenomen. Zoals ze het zelf zegt: “De PVV is één man met een Twitteraccount. Verder is het helemaal niets. Hij gaat nooit wat voor u doen.”. Nou, nou.

    Kijkt u woensdag mee naar de stembusslag? Wat denk jij: wint Jetten het pleit, springt Yeşilgöz naar plaats één, weet Timmermans de controverse te ontsteigen? Vindt Bontenbal zijn mojo terug, of kan Wilders de neergang net op tijd omkeren? Laat het gerust weten en discussieer maar los, want net als altijd is ’t maar een gedacht.

  • Publieke ruimte en onverdraagzaamheid

    Tijdens een treinrit een tijdje geleden stapte onlangs iemand op die muziek aan het luisteren was. Dat gebeurt wel nog, hoor ik je denken, maar de persoon in kwestie had de telefoon op speakerstand staan: de medepassagiers mochten meegenieten. De stilte in de wagon werd verbroken door het schelle geluid van een door de telefoon vervormde stem. Meerdere medereizigers en, ik geef toe, ikzelf ook, rolden eens met de ogen. Dat zette mij aan het denken: ben ik nu zo’n onverdraagzaam persoon geworden? Als iemand muziek luistert op speaker terwijl hij in de auto zit blijven de ogen steevast op hun plaats, waarom zou dat in de trein dan niet kunnen? Het verschil ligt hem natuurlijk in het feit dat je een wagon met andere passagiers deelt, en dat daar nu eenmaal ongeschreven regels gelden.

    De gemiddelde Vlaming heeft vaak een sterke mening over publieke ruimte. Denk dan aan de NIMBY die niet wil dat het nabij gelegen pleintje een speelplein krijgt, of de onvermijdelijke Facebookpost in de “Je bent van … als je”-groep wanneer een picknickbankje nog na zonsondergang wordt gebruikt. Het is duidelijk: publieke ruimte wordt aangemoedigd, maar niet te dichtbij, niet te luid, met niet te veel en binnen de juiste leeftijdsgrenzen.

    De typisch visie op publieke ruimte is dus dat die nodig is, maar zoveel mogelijk te vermijden. Waarom de trein nemen als je met de auto kan? Wie gaat nog naar het openbare zwembad als je er eentje in je achtertuin hebt liggen? De schommel op het speelplein is leuk, maar investeren we toch niet beter in zo’n speeltuig voor onszelf? Dé verbindende factor tussen al die voorbeelden? Het recht om publieke ruimte links te laten liggen, kost geld. Wie minder middelen heeft, is vaak tot die publieke ruimte veroordeeld. En door de schaarste van die publieke ruimte loopt wie die nodig heeft elkaar al snel in de weg. Net daarom zijn er die ongeschreven regels.

    Enter de persoon die deze ongeschreven regels niet kent. De achttienjarige die toch nog graag op het speelpleintje vertoeft, de vriendengroep die graag een pintje drinkt op de picknickbank of de treinreiziger die liever zonder hoofdtelefoon naar zijn muziek luistert. Die persoon komt zonder slechte bedoelingen in het vaarwater van de andere gebruiker van de publieke ruimte. En dan ergeren we ons aan elkaar: ik omdat ik uw muziek niet wil horen, u omdat ik met mijn ogen rol. Wij, die tot deze publieke ruimte zijn veroordeeld, zijn dat ook tot elkaar. En dat kan botsen.

    Ik ben overtuigd dat ik tot nog toe geen grote gedachtesprongen heb gemaakt in deze tekst. Als ik dat wel deed, laat je dan gerust horen. Sta me toe nu toch eens mentaal te springen: is er een link tussen de nood van hen zonder financiële middelen om publieke ruimte te gebruiken en extreemrechts stemgedrag? Een stevige sprong, ik besef het, dus laat me die eens toelichten.

    We weten dat, wie extreemrechts stemt, vaak minder hoog opgeleid is. Da’s voor alle duidelijkheid geen waardeoordeel: net als iedere democraat ben ik van de overtuiging dat iedere stem evenwaardig is, en dat ook mensen met een lager opleidingsniveau richting hun gedroomde samenleving moeten kunnen stemmen. We weten ook dat mensen met een migratieachtergrond dit kenmerk delen, zeker hen uit de eerste generatie. Een laag opleidingsniveau leidt in een kenniseconomie zoals de onze grosso modo tot een lager inkomen. En, zoals reeds besproken, leidt een lager inkomen tot gebruik van de publieke ruimte. Ik besef dat ik er in deze alinea even met de grove borstel door ging, maar ik hoop dat ik u met geen van deze aannames tegen de borst heb gestoten. Geen enkel individu is één op één te verbinden met de kenmerken van hun groep.

    Dat deze twee groepen veroordeeld zijn tot de publieke ruimte, en dus ook tot elkaar, doet me de vraag stellen of er een oorzakelijk verband zou kunnen zijn. Zorgen de botsingen die onlosmakelijk verbonden zijn met het gebruik van de publieke ruimte, op hun beurt voor onverdraagzaamheid, discriminatie en uiteindelijk extreemrechts stemgedrag?

    Dat is, voor alle duidelijkheid, geen omfloerste manier om te zeggen dat er een verband is. Ik stel me de vraag. ’t Is maar een gedacht, en ik zou er uitzonderlijk graag met u over discussiëren.

  • Bestaansreden

    Het is volgens mij iets inherent Vlaams (of misschien wel West-Vlaams) om aan een nieuw project te beginnen, en het nodig te vinden om te beginnen aan dat project met de verantwoording ervoor. Nu, in de woorden van wijlen Stijn De Paepe, welaan: begin!

    Al enkele maanden probeer ik vaker te wandelen. Ik merk dat ik tijdens dat wandelen vaak gedachteoefeningen maak, over allerlei uiteenlopende thema’s. Na een tijdje ben ik die gedachteoefeningen beginnen op te schrijven, omdat ik anders dreig het gedane denkwerk te vergeten. Let wel: die gedachteoefeningen zijn ook enkel dat, en vaak gewoon gebaseerd op een basiskennis van bepaalde thema’s. Beschouw niets van wat ik hier schrijf dus als wetenschappelijk, want dat doe ik zelf ook niet.

    Maar waarom die denkoefeningen publiceren, denk je dan misschien. Op advies van een van mijn favoriete schrijvers en essayisten, Christopher Hitchens, is daarop het antwoord. Tijdens een wandeling deze namiddag hoorde ik hem in een interview het volgende zeggen:

    “The great thing about writing a book is that it brings you into contact with people whose opinions you should have canvassed before you ever pressed pen to paper. They write to you. They telephone you. They come to your bookstore events and give you things to read that you should have read already. It’s this dialectical process that makes me glad I chose the profession I did: a free education that goes on for a lifetime.”

    Uiteraard heb ik niet zijn vlotte pen, noch zijn verstand, maar ik deel wel zijn wens om mijn ideeën scherper te maken door ze met die van anderen te laten botsen. Beschouw alles wat ik hier post dus vooral als een uitnodiging tot discussie. Dat kan altijd via de geijkte kanalen, mijn mailadres (simon.lambrecht1@gmail.com) of, liefst van al, in het echt!

    Want voor alles wat ik hier schrijf geldt de regel: ’t is maar een gedacht.